|
zaterdag, 28 november 2009 20:46 |
|
- Vrijwel alle pinautomaten zijn tegenwoordig voorzien van een 'invoermondje'. Dit mondje ziet de klant op het scherm voordat hij gaat pinnen. De klant moet er op letten dat de invoermond er exact zo uitziet als op het scherm. Elke andere invoermond kan een lezer bevatten die de magnetische strip op de pas leest. Omdat criminelen ook in staat zijn gebleken de echte invoermondjes na te maken, was er extra beveiliging nodig. Bij moderne varianten blokkeert de pinautomaat zodra iemand probeert de echte invoermond te verwijderen.
- Het is altijd veiliger om een automaat binnen een bank of winkel te gebruiken dan een buitenautomaat. Fraudeurs hebben enige tijd nodig om een lezer aan te brengen. Dat is buiten makkelijker dan binnen.
- Let op mensen die te dichtbij staan; ze kunnen proberen de pincode af te lezen.
- Als een pincode wordt ingegeven, moet de klant altijd de invoer met zijn hand afschermen. De invoer kan dan niet afgelezen worden met een camera.
- Check het banksaldo zeer regelmatig. Als er transacties plaatsvinden die onbekend zijn, moet de rekening direct geblokkeerd worden.
- Valse frontjes lopen vaak minder soepel dan de echte. Als een pas een paar keer terug lijkt te komen, kan het om een vals frontje gaan. Breek de transactie af en neem contact op met de bank.
- Stel een opnamelimiet in. Er kan dan niet meer dan een bepaald bedrag per dag gepind worden. De klant moet in dit geval wel zijn rekening regelmatig controleren. Anders kan het gestolen bedrag toch flink oplopen.
Als 'smart chips' beschikbaar komen, wissel de pas dan in voor een slimme pas (smart chip). Het voorkomt niet alle fraude, maar wel veel.
|